Mijn reis door Peru

geplaatst in: Rondreizen | 0

Peru 2009

Na een busrit van 36 uur komen wij vanuit Ecuador aan in Lima, de hoofdstad van Peru, het land van de Inca’s. Het plan is  de volgende dag  The Gringo Trail – een klassieke route door het zuiden van Peru – te gaan doen. Onze eerste stop op deze route is het plaatsje Ica. Hier nemen wij een taxi naar Huacachin, een kleine oase in het midden van hoge zandduinen. Geen betere plek om te gaan zandborden en met een buggy door de zandduinen te crossen. Voor wijnliefhebbers bestaat de mogelijkheid van hieruit met een taxi verschillende wijnhuizen te bezoeken. De wijnbouw is, ondanks het droge woestijnklimaat, in deze regio flink in opkomst. Irrigatie vindt plaats vanuit de Andes.

We vervolgen onze reis naar Nazca;

Nazca is bekend geworden door zijn geogliefen. Dit zijn door de Nazca-indianen op grote hoogte gemaakte figuren in de Andes, die duizenden jaren oud zijn en inmiddels op de Werelderfgoedlijst van UNESCO zijn geplaatst. De mogelijkheid bestaat dit wereldwonder per helikopter te gaan bekijken. Helaas rijkt ons budget niet zover… Nazca zelf is weinig interessant, zodat we al snel richting Arequipa vertrekken. Arequipa is een van de mooiste steden van Peru en wordt ook wel de ‘witte stad’  genoemd, omdat de meeste gebouwen zijn opgetrokken van het zilverwitte turfgesteente, afkomstig van de vulkaan Misti. Een stadswandeling en een bustour  geven ons een goede indruk van de schoonheid van de stad en haar omgeving. We boeken hier een driedaagse tour met daarin een trekking van twee dagen en een overnachting in Chivay.

Onderweg naar Chivay maken wij nog een stop in Patahuasi en Patapampa, waar de lokale bevolking een overdaad aan kleurrijke spullen te koop aanbiedt en waarvan gretig gebruik wordt gemaakt. Om een goede indruk te krijgen van het plattelandsleven zijn wij na de lunch naar Yanque gereden. Hier hadden wij de mogelijkheid om gebruik te maken van de thermische baden, maar ja, dan moet je wel je zwemspullen bij je hebben.

De tocht van de blaren.

De volgende ochtend vertrekken wij naar Pinchollo, waar we hopelijk de Andescondor, de grootste roofvogel op aarde, kunnen bewonderen. Vanaf hier staat ons een behoorlijke uitdaging te wachten namelijk een wandeling diep de Cañón del Colca in. En dat wordt zwoegen! Maar wat een ervaring! Als we ons eindelijk, uitgeput van deze inspannende dag, neervlijen in het gras, rest ons te genieten van een indrukwekkende sterrenhemel. De volgende ochtend vertrekken wij om 4 uur, met een klein hoofdlampje op, in het pikkedonker aan de tocht omhoog. Ook nu weer wordt het heel diep gaan en ook nu weer is de beloning voor al onze inspanningen overweldigend.

Onze volgende stop is Puno, een havenstadje,  dat ligt aan het hoogst gelegen, commercieel bevaarbare meer ter wereld namelijk het Titicacameer. Ook wij willen dit bijzondere meer wel eens wat van dichterbij bekijken en kopen kaartjes voor een tocht naar de drijvende eilanden. Deze eilanden worden door de Uros stam gemaakt van riet en dienen als hun woongebied. Een vaartocht in de brandende zon brengt ons te langen leste tot aan een van de drijvende eilanden. Door de grote hoeveelheid toeristen is de echte beleving van een bezoek aan deze eilanden toch anders dan wij ons hadden voorgesteld. Voor alle kinderen hebben wij ballonnen meegenomen, dat was wel een succes.

Op naar het Rijk der Inca’s!!!

Het moment dat wij in Cuzco arriveerden, hadden we gelijk het gevoel van: Ja, dìt is het! Cuzco is een geweldige stad met zoveel geschiedenis, dat je bijna niet weet waar je moet kijken om al het moois op te snuiven. Wij besluiten hier 4 nachten te blijven om ten volle te kunnen genieten van alles wat The Sacred Valley ons te bieden heeft.

Wij starten ons bezoek aan het Rijk van de Inca’s bij Sacsayhuamán. Een archeologische site waarvan verondersteld wordt dat het gediend heeft als tempel. In de 15de eeuw werd er gedurende 60 jaar door duizenden mensen aan gewerkt. De stenen kwamen uit een groeve dichtbij de bouwplaats. Tijdens de Spaanse overheersing is een groot deel van de stenen gebruikt voor het bouwen van huizen, waarvan nog slechts een deel van het oorspronkelijke bouwwerk is blijven staan.

Verder bezoeken wij nog Pisac, Chinchero en Ollantaytambo, plaatsen met pittoreske markten en talloze verwijzingen naar de Inca’s. Vanaf Ollantaytambo vertrekt een trein richting de Machu Picchu. Tijdens de rit wijs de gids ons op de talloze ruïnes die we passeren en vertelt uitgebreid  over de manier van leven van de Inca’s en waarin zij geloofden. Zo attendeert hij ons op een berg, waarin een gezicht te herkennen zou zijn. Met enige fantasie  ontdekken wij dat dan ook.  Men gaat ervan uit dat de stad circa 600 jaar geleden is gebouwd en gelukkig nooit door de Spanjaarden is ontdekt. Dat gebeurde pas door de Duitse goudzoeker August Bern in 1863. Ieder jaar op 24 juni schijnt de zon bij zonsopkomst op het gezicht van de zonnegod.

The Inka Jungle Trail

Maar om de Machu Picchu te bereiken, ligt er voor ons een andere route in het verschiet en die is zeker niet de eenvoudigste. Onze tour naar de Machu Picchu, The Inka Jungle Trail, bedacht door Lorenzo Cahuana,  gaat nu echt beginnen.  Op de eerste dag worden wij ergens op de Abra la Raya, op ± 4319mtr, afgezet en worden de mountainbikes uitgedeeld. Daar gaan we, keihard bergafwaarts, op weg naar het  jungledorpje Santa Maria op  ± 1430 mtr. Daar is voetballen met de lokale bevolking het enige tijdverdrijf.

De tweede dag bestaat uit een 8 uur durende wandeltocht door de jungle naar Santa Teresa op ± 1900 mtr. Een pittige tocht langs diepe ravijnen. Onderweg laat onze gids ons een ritueel van het Quechua-geloof zien. Hierin worden de bergen geëerd en wordt gebeden om waakzaamheid. Quechua is nog altijd de eigen taal van veel Peruanen. Daarnaast is het Spaans de voertaal. In Santa Teresa kunnen we ons wentelen in de hotsprings, waar we fris en verkwikt weer uit tevoorschijn komen. Na zoveel fysieke inspanning voelt dat weldadig aan.

Op de derde dag voert de route ons wij naar Aguas Calientes, De weg hierheen loopt langs een nog in gebruik zijnde treinspoor. Voorzichtigheid was geboden, want veel ruimte tussen spoor en weg was er niet. De nabijgelegen bosjes boden uitkomst om het vege lijf te reden. In Aguas Calientes aangekomen, blijkt al snel dat dit de plek is waarvandaan het overgrote deel van de toeristen richting Machu Picchu vertrekt. Er rijden bussen naar de  hoofdingang naar de Machu Picchu, maar wij vertrekken om 04.00 uur in de ochtend lopend – met een koplamp op – via  steile trappen naar boven.

Na een pittige toch is het eindelijk zo ver….

Zodra wij naar binnen mogen, rent mijn man snel naar de ingang van de Wayna Picchu. Alleen de eerste 100 mensen mogen naar boven lopen. Het uitzicht gedurende die tocht wil je toch voor geen goud missen. Ik haak evenwel af. Mijn voeten zitten onder de blaren dus heb ik  de uitdaging maar aan me voorbij laten gaan. Van de prachtige foto’s achteraf heb ik intens kunnen genieten.

Na alle opgedane indrukken van deze dag nemen we vanuit Agua Calientes de trein terug naar Ollantaytambo. Een twee uur durende tocht van 86 kilometer langs de Vilcanota rivier, dwars door de bergen, betekent het einde van onze reis door Peru.

Peru, indrukwekkend, schilderachtig, overweldigende natuur en een cultuur om nooit te vergeten. Peru, het land waaraan ik mijn hart heb verloren.

Check ook mijn overige reisverhalen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *